Naar welk OCMW moet je gaan als je internationale bescherming hebt gevraagd?

Voor je verder leest

Vanaf 22 maart 2018 is de term 'asielzoeker' vervangen door 'verzoeker om internationale bescherming'.

 

Als je internationale bescherming vraagt, moet je niet zelf naar het OCMW stappen.
Tijdens de procedure heb je in principe recht op hulp in een opvangcentrum of een Lokaal OpvangInitiatief (LOI). Het gaat om materiële opvang.

Het OCMW is in principe niet verantwoordelijk voor de materiële opvang.
FEDASIL, het federaal agentschap voor de opvang van asielzoekers, duidt een verplichte plaats van inschrijving aan en beslist naar welk opvangcentrum je moet gaan, op basis van:

  • je situatie: samenstelling van je gezin, gezondheidstoestand, taalkennis, kwetsbaarheid;
  • de bezettingsgraad van de opvangcentra.

Je vindt informatie in verschillende talen op de website van Fedasil info.

 

Je mag in het opvangcentrum blijven tot het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen of de Dienst Vreemdelingenzaken een beslissing neemt over je vraag om internationale bescherming.  Na de beslissing moet je het opvangcentrum verlaten.

  • je hebt 5 dagen de tijd als de beslissing negatief is en je niet meer in België mag verblijven;
  • je hebt 2 maanden de tijd als vluchteling of als subsidiair beschermde wordt erkend.
     

Je vraag om internationale bescherming is dan afgerond en daarom moet je voortaan naar de gewone bevoegdheidsregels kijken: het OCMW van de van je gewone verblijfplaats is bevoegd. Om recht te hebben op hulp, moet je ook aan de andere voorwaarden voldoen. 

 

Slechts uitzonderlijk kan je tijdens het onderzoek van je vraag om internationale bescherming hulp krijgen van het OCMW:

  • als er te weinig plaats is in de opvangcentra: na beslissing van de Ministerraad en gedurende een bepaalde periode, mag FEDASIL ofwel de verplichte inschrijvingsplaats veranderen van het opvangcentrum in een OCMW of een OCMW aanduiden als verplichte inschrijvingsplaats;
  • als je van Fedasil de toestemming krijgt om de opvangstructuur te verlaten, bijvoorbeeld om in te wonen bij een naast familielid die in België een verblijfsvergunning heeft. Doe je dat op eigen initiatief, dan heb je geen recht op hulp van het OCMW;
  • als je op een andere grond al een verblijfsrecht hebt in België;
  • als het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) of de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) nog geen definitieve beslissing heeft genomen over de je vraag om internationale bescherming binnen een bepaalde termijn. De termijn moet worden vastgelegd in een Koninklijk Besluit. Het Koninklijk Besluit is er nog niet, dus de regel heeft op dit ogenblik weinig zin.

De maatschappelijk assistent van het opvangcentrum moet ervoor zorgen dat financiële hulp van het OCMW aansluit op de geboden materiële hulp, zodat er geen onderbreking is. 

Het OCMW mag hulp weigeren aan vreemdelingen die om internationale bescherming vragen als FEDASIL eerder materiële hulp heeft geweigerd.
In bepaalde situaties, duidt Fedasil geen opvangplaats aan, bijvoorbeeld als een persoon al een verblijfskaart heeft in België en zijn/haar komt achteraf naar België en vraagt internationale bescherming.

x

De inhoud die volgt is voorbehouden voor de abonnees van Helder Recht. Voor een volledig, geactualiseerd en helder antwoord, meld u aan of vraag uw toegangscode aan

Al aangesloten?

Nog niet aangesloten?

Krijg het volledige antwoord in 2 klikken.

Home